Zijn uw medewerkers die het laden, lossen of geadresseerde zijn conform ADR 1.3 opgeleid?

Als werkgever in de transport- en logistieke sector is het van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat uw medewerkers die betrokken zijn bij het laden, lossen of ontvangen van gevaarlijke goederen volledig conform zijn met ADR 1.3. Deze richtlijnen zijn opgesteld om de veiligheid te waarborgen en risico’s te minimaliseren. Het niet naleven van deze regelgeving kan leiden tot ernstige ongevallen en hoge boetes. Zorg er dus voor dat uw medewerkers de juiste ADR 1.3 training hebben gevolgd, zodat zij veilig en efficiënt kunnen werken met gevaarlijke stoffen. Veiligheid staat immers voorop in elke operatie binnen uw bedrijf.

Begrip van ADR 1.3 Reglementen

Belangrijkste eisen voor medewerkers die betrokken zijn bij laden en lossen

Volgens ADR 3-regelgeving moeten medewerkers die betrokken zijn bij het laden, lossen of vervoeren van gevaarlijke goederen voldoen aan specifieke opleidingsvereisten. Deze medewerkers moeten getraind zijn in het veilig omgaan met gevaarlijke stoffen en in noodsituaties kunnen handelen.

Verantwoordelijkheden van werkgevers onder ADR 1.3

Werkgevers die gevaarlijke goederen vervoeren, laden of lossen, hebben de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat hun medewerkers de juiste training en opleiding hebben ontvangen volgens de ADR 3-voorschriften. Het niet naleven van deze voorschriften kan leiden tot ernstige ongevallen, boetes en zelfs juridische vervolging.

Werkgevers moeten ook zorgen voor de juiste uitrusting en procedures om de veiligheid van hun medewerkers te waarborgen. Een goede naleving van de ADR 1.3-regels kan niet alleen de veiligheid verbeteren, maar ook het imago en de reputatie van het bedrijf positief beïnvloeden.

Trainingsrichtlijnen voor ADR 1.3-naleving

Identificatie van Trainingsbehoeften voor Personeel

Om ervoor te zorgen dat uw medewerkers die belast zijn met laden, lossen of geadresseerd conform ADR 1.3 zijn opgeleid, is het essentieel om de trainingsbehoeften van uw personeel te identificeren. Dit kan worden gedaan door een grondige beoordeling van de taken die ze uitvoeren en de specifieke vereisten van ADR 1.3 die hiermee samenhangen. Op basis hiervan kan een gepersonaliseerd trainingsprogramma worden opgesteld.

Elementen van een Effectief ADR 3 Trainingsprogramma

Een effectief ADR 3 trainingsprogramma moet verschillende essentiële elementen bevatten om ervoor te zorgen dat uw medewerkers adequaat zijn opgeleid en conform de voorschriften handelen. Dit omvat onder meer grondige kennis van de ADR 1.3-voorschriften, praktische training in laden en lossen, en het juiste gebruik van beschermingsmiddelen en veiligheidsuitrusting. Door deze elementen op te nemen in het trainingsprogramma, verhoogt u de veiligheid en conformiteit binnen uw organisatie op het gebied van ADR 3.

Implementatie van ADR 1.3 opleiding in uw organisatie

Stappen om naleving te waarborgen

Om ervoor te zorgen dat uw medewerkers die verantwoordelijk zijn voor het laden, lossen of geadresseerde zijn conform ADR 1.3 zijn opgeleid, moeten er enkele stappen worden genomen. Allereerst is het essentieel om de relevante wetgeving te bestuderen, zoals de Richtlijn voor strafvordering Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Daarnaast dient er een trainingsprogramma te worden opgezet en moeten alle betrokken medewerkers worden opgeleid en gecertificeerd volgens de ADR 1.3-normen.

Monitoren en handhaven van trainingsnormen

Om ervoor te zorgen dat uw medewerkers blijven voldoen aan de ADR 1.3-trainingsvoorschriften, is het van cruciaal belang om een systeem voor het monitoren en handhaven van trainingsnormen op te zetten. Dit kan onder meer het regelmatig evalueren van de vaardigheden en kennis van medewerkers omvatten, evenals het up-to-date houden van de certificeringen. Door continu toezicht te houden en normen te handhaven, kunt u de veiligheid en naleving binnen uw organisatie waarborgen.

Zijn uw medewerkers die het laden, lossen of geadresseerde zijn conform ADR 1.3 opgeleid?

Het is cruciaal dat uw medewerkers die betrokken zijn bij het laden, lossen of vervoeren van gevaarlijke goederen, zoals geadresseerde, voldoen aan de vereisten van ADR 3. Deze opleiding zorgt ervoor dat zij op de hoogte zijn van de specifieke regelgeving en veiligheidsvoorschriften die van toepassing zijn. Op die manier kunnen ongevallen en incidenten worden voorkomen en kan de veiligheid van zowel de medewerkers als de omgeving worden gewaarborgd. Zorg er daarom voor dat uw medewerkers de juiste opleiding volgen en regelmatig worden bijgeschoold via de E-learning ADR Awareness (1.3) cursus .

Helemaal actueel met de ADR 2023-2024, ADN 2023-2024 en RID 2023-2024 boeken

ADR Code Boeken 2023-2024
Met veel plezier kunnen we aankondigen dat de nieuwe edities van de ADR 2023-2024, ADN 2023-2024 en RID 2023-2024 boeken verschenen zijn. Deze publicaties zijn belangrijk voor professionals die werken met gevaarlijke stoffen en zullen een essentiële referentie zijn voor het veilig gevaarlijke stoffen vervoer.
De ADR 2023-2024 Boeken
De nieuwe editie van de ADR 2023-2024 boeken bevat de meest recente voorschriften en richtlijnen met betrekking tot het veilig vervoeren van gevaarlijke stoffen over de weg. Het omvat onder andere classificatiecriteria, verpakkingsvoorschriften en instructies voor het omgaan met noodsituaties. U kunt de boeken bestellen via de volgende link: https://www.gevaarlijkestoffen.eu/product/adr-code-boeken-2023-2024
De ADN 2023-2024 Boeken
Het AND is een Europees verdrag dat de voorschriften en normen vaststelt voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren. De nieuwe editie van de ADN 2023-2024 boeken bevat de meest recente richtlijnen en voorschriften voor het veilig vervoeren van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren. Het omvat gedetailleerde informatie over de classificatie, verpakking, etikettering en documentatievereisten voor het vervoer van gevaarlijke goederen. U kunt de ADN 2023-2024 boeken verkrijgen via de volgende link: https://www.gevaarlijkestoffen.eu/product/adn-2023-2024
De RID 2023-2024 Boeken
Het RID is een internationaal verdrag dat de regels en voorschriften vaststelt voor het vervoer van gevaarlijke goederen over het spoor. De nieuwe editie van de RID 2023-2024 boeken bevat de meest recente voorschriften en richtlijnen voor het veilig vervoeren van gevaarlijke stoffen per spoor. Het omvat specifieke instructies met betrekking tot verpakking, identificatie, behandeling en documentatie van gevaarlijke goederen. Voor toegang tot de RID 2023-2024 boeken kunt u de volgende link gebruiken: https://www.gevaarlijkestoffen.eu/product/rid-2023-2024

 

Internationaal schadefonds voor ongevallen vervoer gevaarlijke stoffen over zee

Het kabinet heeft ingestemd met een wetsvoorstel om een internationaal verdrag over het vervoer gevaarlijke stoffen over zee te implementeren (HNS-verdrag). Daarmee is de oprichting van een internationaal schadefonds voor grote scheepsongevallen met gevaarlijke stoffen een stap dichterbij. Partijen die schade lijden door een ongeval met een zeeschip met gevaarlijke en schadelijke stoffen worden door dit verdrag beter beschermd.

Op dit moment moeten scheepseigenaren die dit soort stoffen over zee vervoeren al verzekerd zijn voor ongevallen. Maar bij een zeer groot ongeval kan de maximale dekking van de verzekering ontoereikend zijn om alle schade te vergoeden en slachtoffers te compenseren.

Het HNS-verdrag (Hazardous and Noxious Substances) moet daar verandering in brengen, door een internationaal fonds te creëren waar schade uit kan worden gecompenseerd, als die hoger uitvalt dan waar een reder voor verzekerd is. Uit het fonds kan maximaal zo’n 300 miljoen euro aan schade worden vergoed.

Om het verdrag in werking te laten treden, moeten ten minste twaalf van de landen die het verdrag hebben ondertekend, het ook in nationale wetgeving hebben verankerd. Op dit moment hebben zes landen dit gedaan. Nederland zal het verdrag gezamenlijk met België en Duitsland ratificeren. Ook Frankrijk is druk bezig met de voorbereiding voor ratificatie. De verwachting is dat snel genoeg landen zullen volgen om het verdrag in werking te laten treden.

Naast de oprichting van een schadefonds, verplicht het verdrag reders ook om een aparte verzekering af te sluiten voor HNS-stoffen. Nu volstaat nog een algemene verzekering voor scheepsongevallen bij het vervoer gevaarlijke stoffen over zee.

Het internationaal fonds moet worden gevuld door bedrijven en industrie die HNS-stoffen ontvangen. Zij hoeven pas af te dragen wanneer er een ongeval met HNS-stoffen heeft plaatsgevonden die de verzekering van de scheepseigenaar te boven gaat.

Op zoek naar een E-learning Awareness IMDG code?

 

Etikettering gevaarlijke stoffen volgens ADR en CLP

Voor etikettering van opgeslagen gevaarlijke stoffen geldt onder meer artikel 17 van de CLP verordening. Een pictogram dat visueel het gevaar aanduidt van de gevaarlijke stof is onderdeel van het etiket. In een PGS 15 loods zullen verpakte goederen zijn opgeslagen. Dit kan een buitenverpakking, tussenverpakking en binnenverpakking of een enkele verpakking betreffen.

In beginsel dienen de verpakkingen geëtiketteerd te zijn conform de CLP verordening. Een uitzondering op deze verplichting is, zoals hierboven beschreven onder “Verschillen ADR- en CLP-pictogrammen”, opgenomen in artikel 33. Deze uitzondering geldt uitsluitend voor het CLP-pictogram op de buitenverpakking, mits de tussen- en binnenverpakking volledig conform CLP zijn geëtiketteerd, inclusief het betreffende CLP-pictogram. De uitzondering geldt tevens voor een enkele verpakking. Wellicht ten overvloede: het, onder voorwaarden, achterwege kunnen laten van het CLP-pictogram ontslaat de werkgever niet van de verplichting de overige kenmerken van het CLP-etiket aan te brengen.

Indien bovengenoemde buitenverpakking en enkele verpakking conform ADR zijn voorzien van gevarenpictogrammen, hoeft het overeenkomstige CLP-pictogram niet aangebracht te worden, mits het geen gevaar betreft dat alleen door een CLP-pictogram wordt aangeduid, zoals een CMR-stof.

Op zoek naar een PGS15 cursus of Cursus Basiskennis gevaarlijke stoffen?

Verschillen ADR- en CLP-pictogrammen

Voor etikettering en signalering van gevaarlijke stoffen (door middel van pictogrammen) gelden, afhankelijk van de wetgeving, verschillende voorschriften. Hierdoor verschillen ADR-etiketten en CLP-etiketten van elkaar. Dit is in zekere zin logisch, immers: het doel van de arbeidsomstandighedenwetgeving is een ander dan dat van het ADR. Ook de signalering van gevaarlijke stoffen middels pictogrammen op de etiketten verschilt van elkaar.

Als goederen vanuit, of bedoeld voor, vervoer worden opgeslagen, is op deze goederen meestal ADR-etikettering aanwezig. Deze etikettering is voorzien van de pictogrammen volgens de ADR regelgeving. Deze pictogrammen duiden grotendeels dezelfde gevaren aan als de pictogrammen die de CLP verordening voorschrijft. In de CLP verordening is, in artikel 33, opgenomen dat een CLP-pictogram op een buitenverpakking en op een enkele verpakking achterwege kan blijven als het gevaar van de gevaarlijke stof al aangeduid wordt door een ADR-pictogram. Als dit niet zo is, geldt dat het CLP-pictogram gebruikt moet worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor CMR-stoffen, waarvan het gevaar in de ADR wetgeving niet wordt aangeduid met een pictogram. Zonder deze aanduiding wordt niet voldaan aan artikel 4.1 d van het Arbeidsomstandighedenbesluit (bron CLM)

Op zoek naar een Cursus Basiskennis gevaarlijke stoffen waar deze onderwerpen in behandeld worden? In deze cursus wordt tevens de ADR behandeld.

 

ADR Awareness voor laboratorium medewerkers

Een laboratoriummedewerker heeft doorgaans weinig met het vervoer gevaarlijke stoffen over de weg te maken. Kennis over het ADR, de code voor het vervoer over de weg, is dan ook vaak niet aanwezig. Toch blijken er taken uitgevoerd te worden die er voor zorgen dat hij of zij toch aantoonbaar opgeleid moet zijn voor bepaalde taken. De E-learning Werken met gevaarlijke stoffen in het lab gaat hier uitgebreid op in, waarmee de cursus deelnemer aantoonbaar opgeleid wordt.

Lees veder op: https://gevaarlijkestoffen-in-het-lab.be/2022/05/06/adr-awareness-voor-laboratorium-medewerkers

Gevaarlijke stoffen: wat is stikstof, koolstofdioxiode of Ammoniak en wat is nu gevaarlijk voor het milieu?

Bij een volledige verbranding van koolstofhoudende stoffen reageert de koolstof (C) met zuurstof (O2) en wordt koolstofdioxide (CO2) gevormd. Een andere naam voor CO2 is koolstofdioxide. Het wordt gevormd bij volledige verbranding van koolstof of koolstofhoudende verbindingen. Je moet daarbij denken aan de verbanding van olie, kolen en gas. Te hoge concentraties van deze koolstofdioxide heeft een negatief effect op het milieu. De klimaatverandering wordt mede veroorzaakt door te hoge concentraties van deze CO2 in de atmosfeer. Maar volgens veel wetenschappers staat niet vast dat CO2 een broeikasgas is. Planten nemen grote hoeveelheden CO2 op om de koolstof te gebruiken voor hun groei. Een hectare gras en een hectare graan nemen per jaar 20.000 kilo CO2 op.

Stikstof (N2) is een kleur- en reukloos gas dat overal om ons heen is. Ongeveer 78% van alle lucht bestaat uit stikstof. Stikstof is van zichzelf niet schadelijk voor mens en milieu. Er zijn ook verbindingen van stikstof in de lucht die wel schadelijk kunnen zijn voor mens en milieu. We hebben het dan over Stikstofoxiden (NOx) en Ammoniak (NH3).

Stikstofoxiden (NOx)  komen vooral in de lucht terecht door uitlaatgassen van het verkeer en de uitstoot van industrie. Ammoniak (NH3) komt met name van dieren vrij uit de mest en urine. Een klein deel komt uit overige bronnen zoals industrie, de bouw en het verkeer. Boeren gebruiken mest van dieren en kunstmest om hun land te bemesten. Een deel van die mest verdampt als ammoniak en komt zo in de lucht. Veel mensen gebruiken kortweg het woord ‘stikstof’ als het over deze verbindingen gaat. Soms wordt het ‘reactief stikstof’ genoemd. Het zijn de stikstofoxiden (NOx) en Ammoniak (NH3) die gevaarlijk zijn voor het milieu.

Meer kennis hebben over gevaarlijke stoffen?  Wij hebben een E-learning gevaarlijke stoffen voor u.

Oud-medewerkers van Christiaan Huygens Laboratorium (CHL) in Katwijk eisen tonnen schadevergoeding

Enkele oud-medewerkers van het Christiaan Huygens Laboratorium (CHL) in Katwijk hebben een schadevergoeding van tonnen geeëist van oud-eigenaar Cornelis W. (81) zo lezen we in berichtgeving van Omroep west. W. zou zijn medewerkers jarenlang willens en wetens onbeschermd hebben laten werken met het kankerverwekkende Chroom-6. Over enkele weken doet de rechtbank uitspraak over deze blootstelling aan gevaarlijke stoffen.
CHL staat te boek als een bedrijf dat radar antennesystemen en sensoren maakt. In 2014 deden twee werknemers voor het eerst aangifte tegen hun werkgever, toen uit een rapport bleek dat het lab milieuvoorschriften niet naleefde. Ook zou er geen sprake zijn van een ‘veiligheidscultuur’. Later constateerde ook de Inspectie SZW dat er misstanden plaatsvonden bij de onderneming. Het bedrijf werd destijds twee weken platgelegd. Eigenaar Cornelis W. zou de medewerkers tussen 2010 en 2014 in de spuitruimte van het bedrijf hebben laten werken met chroomhoudende verf. In die verf zit ook het kankerverwekkende Chroom-6, wat vrijkomt bij het spuiten. Volgens de officier van justitie was W. destijds al op de hoogte van de gezondheidsrisico’s die de stof met zich meebracht, maar nam hij niet de benodigde maatregelen om die te beperken, zo stelde de aanklager donderdag in de rechtbank.

Geen PBM’s gedragen

‘Werknemers werden niet doeltreffend ingelicht, er was onvoldoende toezicht op gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, chemisch bedrijfsafvalwater werd in het riool geloosd en spuitnevel werd ongefilterd afgezogen’, luidde het betoog van de officier donderdag. Volgens een oud-stagiair die later erg ziek werd, waren er in de gevaarlijke stoffen ruimte ter bescherming alleen handschoentjes beschikbaar. Ook zouden adem bescherming wel aanwezig zijn maar niet gebruikt worden, en waren er geen werkinstructies. De groep medewerkers die een schadevergoeding eist van CHL is inmiddels flink gegroeid. Allemaal hebben ze te kampen gehad met gezondheidsklachten als astma en kanker. Het gaat daarbij om claims van 7500, 40.000, 120.000, 150.000, 250.000 en 311.000 euro. Vier van hen waren aanwezig bij de rechtszaak.